Blog 14 september 2020

Blog 3 van 14 september 2020. Schrijven is schrappen.  Over hoe Minnaar Leugenaar Moordenaar tot stand kwam.

Als ik op mijn pc mijn verkenner openklap zie ik dat mijn eerste hoofdstuk geschreven is half 2009. Het is een lang en gedetailleerd verhaal over de jeugd en studententijd van het hoofdpersonage tot aan zijn huwelijk. Kort daarna schreef ik het tweede hoofdstuk, de aankomst in Palermo.  Het was meer een reisverhaal dan een spannende thriller.

Mijn reis naar Sicilië in september 2009 leverde de inspiratie op voor de hoofdstukken die zich afspelen in Cefalù, waar ik verbleef om van daaruit de kust tot Palermo te verkennen, wat enkele mooie scènes opleverde voor het boek. Bij stukjes en beetjes werkte ik in 2011 een zestal losse hoofdstukken af. Het jaar daarvoor had ik al de proloog geschreven die zich afspeelt in Napels op basis van notities en foto’s van een vroegere reis langs de Amalfitaanse kust.

Het boek begon meer en meer ingrediënten te bevatten over de maffia, voor mij tot dan toe onbekend terrein. Ik begon dat fenomeen te bestuderen. Het eerste boek dat ik las was dat van Ine Roox, “Italië, de schaduwkant van een zonovergoten land”. Zij verwijst naar een standaardwerk van John Dickie, dat ik ook gretig las. Door de registers en verwijzingen in de boeken na te pluizen verzamelde ik een kleine bibliotheek over de Cosa Nostra, aangevuld met vele honderden artikels van het internet. In 2011 verbleef ik lang in Valderice, vanwaaruit ik Erice, Trapani en het zuiden tot Selilunte verkende.

In 2012 maakte ik een eerste geïntegreerde versie van de hoofdstukken die ik tot dan toe geschreven had en schrapte zo veel, dat er maar 18 pagina’s meer overbleven. Ik vond het verhaal en de stijl te slecht toen ik ze herlas.  Ik schreef verder tot ik in 2015 60 A4’tjes had. Dat jaar ging ik naar de streek van Catania voor een wandelreis met tochten op de Etna en tot in de bergachtige streek rond Messina. Er was veel tijd om te schrijven en ik kwam naar huis met meer dan 50 nieuwe pagina’s. Toen ik wou verder werken bleek de harde schijf gecrasht.  Niets kon gerecupereerd worden. Ik had op reis geen backups gemaakt.

Er ging wat tijd overheen tot ik in 2016 toch alles begon te herschrijven. Ik eindigde dat jaar met 132 A4’tjes. Het hele verhaal stond toen in grote lijnen op papier maar was “op buikgevoel” geschreven en het zat nog vol onnauwkeurigheden. Ik maakte daarom een kalender en herschreef grote stukken zodat alles logisch in elkaar paste.  Voor alle personages maakte ik karakterfiches en een CV op.

In 2018 volgde ik enkele cursussen bij Wisper. Ik stak veel op in de lessenreeks van Sylvie Marie “Hoe schrijf je géén roman”. Ik schrapte na de lessenreeks ongeveer een derde van mijn tekst. Ik vulde mijn kennis aan met lectuur over schrijven. Ik vond leerrijke boeken daarover, o.a. van Ilja Leonard Pfeiffer.  Het interessantste vond ik “Over leven en schrijven” van Stephen King.

In mei 2019 ging ik terug naar Noord-Sicilië.  Het was een reis waar ik bewust op zoek ging naar al de plaatsen waar het boek zich afspeelt.  Ik logeerde in een agroturismo-hotelboerderij in het natuurpark Parco delle Madonië en schreef daar het hele stuk dat zich afspeelt op de boerderij van de familie uit het boek.  Ik bezocht opnieuw Cefalù, Collesano, Erice, Calatafimi en vooral Corleone.  Daar verzamelde ik veel nieuwe informatie in het plaatselijke maffiamuseum. ( https://www.cidmacorleone.it/?lang=en ) Na deze reis was mijn fotocollectie over Sicilië aangegroeid tot ongeveer 8.000 digitale bestanden.

In september 2019 was het werk voldoende afgewerkt om door enkele mensen te laten nalezen.  Het kreeg in totaal vijf proeflezingen en dus vijf herwerkte versies. Op dit ogenblik worden bij het nazien van de proefdrukken de laatste schoonheidsfoutjes weggewerkt. Mijn uitgever is daarbij veeleisend; ik ben daarover zeer tevreden, want het komt de kwaliteit ten goede.